
Op 21 augustus is het debuutalbum Long Way Home van Stella `Lefty uitgekomen. Mark Blomsteel, muzikant wonend in Amerika, neemt het album onder de loep.
Je kunt tegenwoordig bijna geen country-playlist meer openen zonder dat Stella Lefty ergens voorbij komt. En dat is best bijzonder als je bedenkt dat Long Way Home haar debuutalbum is. De 24-jarige zangeres kwam dit jaar uit het niets althans, zo lijkt het. De single Boston zette haar in één klap op de kaart. Een beetje country, een flinke scheut pop en vooral een refrein dat zich genadeloos in je hoofd nestelt.
Stella maakt country voor een generatie die gelijk geboeid wil worden. Ze maakt haar songs op een slimme manier doordat ze gelijk de aandacht pakken. De nummers zijn compact, melodieus en zitten vol hooks. Vaak duurt een nummer amper drie minuten. Geen lange intro's, geen muzikaal omheinde landerijen: gewoon beginnen en zorgen dat je blijft luisteren.
Boston kwam op allerlei manieren in de media. Het nummer zorgde voor discussie vanwege de duidelijke muzikale overeenkomst met Noah Kahan's Stick Season. Kahan kreeg uiteindelijk ook een songwriting-credit. Maar wie daardoor alleen maar naar dat ene nummer blijft kijken, mist de rest van de plaat. Something To Lose, met Vincent Mason, laat een meer kwetsbare kant horen, terwijl Good At Leaving en Missing You laten horen dat Stella ook zonder een gigantisch refrein overeind blijft. En met Why Wouldn't We sluit ze de plaat fijn toegankelijk af.
Is alles vernieuwend? Nee, dat niet. Sterker nog: sommige nummers voelen bewust vertrouwd. Alsof je ze al eens gehoord hebt, dat is tegelijkertijd de kracht én de zwakte van Long Way Home. Stella heeft duidelijk een neus voor een goede melodie. Als debuut is Long Way Home een behoorlijk onweerstaanbare plaat. Niet pretentieus, niet moeilijk en vooral: gevaarlijk lekker in het gehoor. En soms is dat precies wat een debuut moet zijn.
Geschreven door Mark Blomsteel, muzikant, wonend in Amerika.

Ruben Hillen